Insidertips vanuit Berlijn

Muurverhalen • Mattijs Diepraam: onder de grond en voorbij de muur

,
0
Home » Muurverhalen • Mattijs Diepraam: onder de grond en voorbij de muur

In het voorjaar van 2019 deed ik via Twitter en Instagram een oproep; iedereen die een tof verhaal heeft over de Berlijnse muur, hoe lang geleden ook, hoe kleinschalig of juist bijzonder; stuur het in! En wat een bijzondere verhalen heb ik gekregen! Waanzinnig mooie verhalen, en een paar kleinere, kortere anekdotes. Sommigen zelfs voorzien van foto’s die tevoorschijn kwamen uit reeds vergeten fotoalbums. Anderen zonder beeld maar zo treffend beschreven, dat ons brein de rest invult. Stuk voor stuk zijn ze geweldig, en allemaal het delen waard. In de aanloop naar 30 jaar Mauerfall, verschijnen tussen 28 oktober en 10 november dagelijks nieuwe verhalen online. Het eerste muurverhaal komt van Mattijs Diepraam. Hij was als jonge vent al eens in 1987 in Berlijn met familie, een memorabel bezoek vanwege een akkefietje met VoPo’s. In de zomer van 1990 kwam hij weer terug met een goede vriend. De zoektocht naar een camping in West-Berlijn had wel een héle bijzondere wending…

Berlijn is altijd al een stad van contrasten geweest, maar zelden waren de tegenstellingen groter tussen mijn beklemmende bezoek in 1987 en mijn terugkeer in de vrije zomer van 1990. Zelf maakte ik in die jaren ook een ontwikkeling door: van bedeesde jongen die net de middelbare school had verlaten, veranderde ik in een student die niet terugdeinsde voor een avontuurtje. Uiterlijk veranderde er overigens niet zoveel; ik wás een headbanger met lang haar en leren jack en dat bleef ik tot in de jaren negentig.

In 1987 bestond Berlijn 750 jaar – en dat jubileum was voor mijn ouders reden om mij nog één keer mee te vragen op een gezamenlijke vakantie. Ik stemde toe. Altijd gezellig met de ouwelui. We bezochten Potsdam en de Ku’damm, Charlottenburg en Dahlem, de botanische tuinen en Tiergarten. Op de vierde dag werd het tijd om Oost-Berlijn in te gaan. Daar zouden we één nachtje in een DDR-hotel verblijven, om de volgende dag terug te keren naar West-Berlijn. We kozen voor de grensovergang in het metrostation Friedrichstrasse, waar in allerlei spelonken een krappe sluis tussen West en Oost was ingericht. Misschien had ik het niet moeten doen, maar ja, je bent 19 en hebt een morbide gevoel voor humor. Dus die dag had ik een t-shirt aan met de vrolijke opdruk ‘CCCP’. De vijand gunstig stemmen, dacht ik nog!

Nou nee. We waren nog niet eens aan de beurt of twee Volkspolizisten (VoPo’s) kwamen op ons af en scheidden mij vakkundig van mijn ouders, die verbluft achterbleven. ‘Komt wel goed!’ riep ik nog terug. Ze voerden mij door lange donkere gangen, met af en toe een felle lamp aan de wand – een filmdecor dat werkelijkheid werd. Ik werd een kamer binnengeleid, gefouilleerd en vervolgens mocht gaan zitten. In een flits schoot me mijn tactiek te binnen: geen Duits praten, me van de domme houden, dan ben ik vast zo weer buiten. Vragen over waar ik heen ging en wie ik ging bezoeken, beantwoordde ik met schouderophalen. Dat duurde zo een halfuur, totdat ze mijn bagage gingen onderzoeken. Ze waren gauw klaar, want het was maar voor een nachtje. Maar ook de toilettas kwam aan de beurt. Eerst werd de tandpasta leeggeknepen, daarna was mijn contactlensvloeistof aan de beurt. “Das brauche ich noch!” zei ik in een reflex. Gemene grijnzen verschenen op de gezichten van mijn ondervragers. “Aah, du sprichst aber deutsch!” Het volgende moment zat ik alleen in de kamer. In plaats van een ondervraging in het Duits, volgde nu dus de sanctie voor het stilzwijgen. Stom, stom, stom. De deur was niet op slot, maar mijn paspoort had ik sinds het moment dat ik ging zitten niet meer gezien. Zo zat ik daar een uur, al voelde het als drie uur.

Zo snel als de kamer opeens verlaten was, zo stond hij weer vol met VoPo’s. Eentje wees op mijn t-shirt en lachte. “Iss gut, du kannst geh’n.” Twee man begeleidden mij naar de uitgang. Maar hoe dan verder als ik eenmaal buiten stond? Hoe kon ik mijn ouders terugvinden? Ik slaakte een zucht van verlichting toen ik hun silhouetten in de deuropening van het station zag. Zij hadden wél het verstandigste gedaan in een tijd zonder smartphones: gewoon net zo lang wachten totdat ik weer zou verschijnen. Met bijna twee uur vertraging begonnen we met onze wandeling naar de Alexanderplatz

Zomer ’90 – Kamperen op de Todesstreife

In de zomer van 1990 was de Muur inmiddels een maand of acht gevallen. Roger Waters had net bekendgemaakt dat hij met Pink Floyd een live-uitvoering van The Wall ging optuigen – op het voormalige niemandsland van de Potzdamer Platz. Toen Frank vroeg of ik zin had om daarbij te zijn, aarzelde ik geen moment. We gooiden een tent in zijn gammele Honda Accord en reden een dag voor het concert naar Berlijn. ’s Avonds laat kwamen we aan, uiteraard was de camping die we op het oog hadden al vol. We hadden geen zin om verder te zoeken, dus we reden een parkje in, vonden een gazonnetje en zetten daar onze tent op. Met de koplampen van de stationair draaiende Accord als onze enige verlichting.

Toen we de tent de volgende ochtend open ritsten, bleek dat we onze tent midden tussen de zonnende mensen hadden opgezet. De Honda stond op een halve meter na in de vijver van het park geparkeerd. Maar niemand die er aanstoot aan nam. Moest kunnen. “Goedemorgen, jongelui, goed geslapen? De camping is daar hoor, hahaha!” Dat moest beter in de nacht ná het concert. Frank stelde voor om naar de wijk Kladow te rijden, in het uiterste westen van Berlijn. Daar, vlak bij een militair vliegveld (Gatow,- red.), was een grote camping. Daar zouden ze toch wel plek hebben? De file over het bospad ernaartoe zei genoeg. Vol. “Maar niet getreurd”, zei de eigenaar. “We hebben extra plaatsen gecreëerd. En je hoeft er niet voor te betalen”. Hij wees verder het bospad af. “Gewoon doorrijden tot aan het einde, dan zie je het wel”.

Zo’n 500 meter hobbelden we voort, links van ons het campinghek, rechts was er het bos. Was dit niet een doodlopende weg? Tot we zagen wat de eigenaar bedoelde. De weg liep inderdaad dood, tot aan de Berlijnse Muur. Maar een bulldozer had een enorm gat in de muur geslagen, zodat je nu met auto en al het zanderige Sperrgebiet tot aan voormalig Oost-Duitsland in kon rijden. Aan de overzijde stonden de wachttorens nog. Op deze plek werden vroeger mensen zonder pardon neergeschoten. Nu legden wij onze matjes op het zand in datzelfde levensgevaarlijke gebied, en rolden we de slaapzakken uit. We hadden niet eens meer de fut om de tent op te zetten – zelfs als we dat hadden geprobeerd, was dat nooit gelukt in het rulle zand. Onder een heldere sterrenhemel sliepen we uiteindelijk in, nadat we nog lang hadden nagepraat over het onvergetelijke weekend. Het ligt nog altijd in de vensterbank, een brokstuk van de Berlijnse muur die viel bij Kladow. Een eeuwige herinnering aan die nacht in 1990 onder de sterren.

Auteur en fotografie: Mattijs Diepraam. Mattijs werkt als freelance tekstschrijver, journalist en fotograaf. Hij werkt onder andere in de autosport maar is ook daarbuiten in verschillende disciplines actief. Lees meer over Mattijs en zijn werk: mattijsdiepraam.nl.

Laat een reactie achter