Insidertips vanuit Berlijn

Muurverhalen • Astrid Kompier: “Hier endet die Freiheit”

,
0
Home » Muurverhalen • Astrid Kompier: “Hier endet die Freiheit”

In het voorjaar van 2019 deed ik via Twitter en Instagram een oproep; iedereen die een tof verhaal heeft over de Berlijnse muur, hoe lang geleden ook, hoe kleinschalig of juist bijzonder; stuur het in! En wat een bijzondere verhalen heb ik gekregen! Waanzinnig mooie verhalen, en een paar kleinere, kortere anekdotes. Sommigen zelfs voorzien van foto’s die tevoorschijn kwamen uit reeds vergeten fotoalbums. Anderen zonder beeld maar zo treffend beschreven, dat ons brein de rest invult. Stuk voor stuk zijn ze geweldig, en allemaal het delen waard. In de aanloop naar 30 jaar Mauerfall, verschijnen tussen 28 oktober en 10 november dagelijks nieuwe verhalen online. Astrid Kompier bracht met de lerarenopleiding een bezoek aan de DDR en hield daar een aantal bijzondere penvrienden aan over. Maar de brieven tussen Oost- en West werden niet alleen gelezen door de verzender en de ontvanger…

Mijn (identieke) tweelingzus en ik, waren 17 jaar toen we in 1977 in Tilburg begonnen aan de lerarenopleiding. We deden de vakkencombinatie Engels en Duits, dus in het voorjaar van 1979 gingen we op studiereis naar Duitsland, Oost-Duitsland wel te verstaan. Het zou een indrukwekkende reis worden voor ons allemaal. Op ons reisplan stond een bezoek aan meerdere steden. Naast Oost- en West-Berlijn, zouden we ook naar Leipzig, Dessau en Weimar. Als laatste zouden we dan nog een bezoek brengen aan Buchenwald, het voormalige concentratiekamp.

Op weg naar West-Berlijn, hebben we er erg lang over gedaan om de grens met Oost-Duitsland te passeren. Wel zes uur stonden we stil! Onze begeleiders vertelden dat we ons vooral heel netjes moesten gedragen en ons rustig moesten houden. Alles om maar te voorkomen dat ze ons langer zouden ophouden. De grenswachten bleven maar met grote spiegels langs en onder de bus gaan, op zoek naar… tja, niemand wist wat precies.

Het verschil tussen Oost- en West-Berlijn was enorm groot en enorm indrukwekkend. In het Oosten moest je je op straat heel rustig gedragen. Hardop lachen mocht niet, en ook met stoelen schuiven om bij elkaar te kunnen zitten in een openbare gelegenheid was echt not done. Deed je zoiets wel, dan riskeerde je zelfs te worden opgepakt! Natuurlijk werden er ook enkele studenten van onze groep opgepakt omdat ze zomaar guldens wisselden op straat. Veel Oost-Duitsers probeerden hun eigen geld te wisselen voor buitenlandse valuta, omdat hun geld zo weinig waard was. Maar dat mocht natuurlijk absoluut niet.

We kregen in Oost-Berlijn de gelegenheid om met een klas van veertienjarige kinderen uit de DDR te spreken. Dat was allemaal onder streng toezicht. Toch was het heel duidelijk dat die scholieren niet veel durfden zeggen, maar wel enorm geïnteresseerd waren in ons! Dat begrepen we wel, want ondanks dat wij ook onze ogen uitkeken, voelden we ons ook bekeken. Al die controlepunten! De gewone burgerbevolking was gewoon bang van ons. Ze mochten niet ‘zomaar’ met ons praten. En hoewel buitenlanders in die tijd minstens 25 Mark per dag moesten besteden, zag de horeca ons ook niet graag komen. Er ontstond een hele benauwende sfeer, omdat we niet bij elkaar mochten gaan zitten.

Later op een middag, toen we weer terug waren in West-Berlijn, hebben we een boterham gegeten vlakbij de Berlijnse muur. Op de muur stond in grote letters geschreven: “Hier endet die Freiheit”. Er gingen in West-Berlijn veel verhalen rond over mensen die hadden geprobeerd te vluchten en daarbij het leven hadden gelaten. Sommigen waren ter plekke tijdens hun vlucht doodgeschoten, anderen overleden later in de gevangenis. Wij vonden het allemaal onvoorstelbaar, zo ver als men achter liep in dat rare Oost-Duitsland.

En dan was Berlijn nog modern! Toen we in Leipzig waren, leek het wel alsof je ineens door een tijdmachine in het jaar 1800 was gezet, het leek zoveel verder achter te lopen dan Oost-Berlijn. Ouderwetse kinderwagens, nauwelijks tot geen auto’s of ander verkeer op straat, allemaal erg indrukwekkend. Waar je in Oost-Berlijn nog Trabantjes en militaire voertuigen zag op straat, was Leipzig echt uitgestorven. Vanuit mijn slaapkamerraam in Leipzig heb ik een foto gemaakt van een huis daar. Ik vond het zo naargeestig en benauwend. Ik was nog erg jong en had nog maar weinig meegemaakt.  Ik weet nog dat ik de hele tijd bang was dat we nooit meer uit de DDR weg zouden komen, en dat ik best opgelucht toen we eenmaal weer terug in het Westen waren.

In West-Berlijn was het een enorme drukte, vooral vergeleken met Oost-Berlijn. Ik kan me nog herinneren dat we ’s avonds over straat gingen en dat mijn zus en ik ieder aan de arm van een leraar liepen, uit veiligheidsoverwegingen. En dan nog liep er iemand schreeuwend achter ons aan, dat ‘omdat hij er toch wel twee had, hij er wel eentje kon uitlenen…’. Mijn tweelingzus en ik leken spreken op elkaar en dat trok natuurlijk aandacht. Er liepen veel dames van lichte zeden op straat, met enorme hoge laarzen en hakken. Ook waren er veel dronken lui in de stationshallen. Een groter contrast met Oost-Berlijn was eigenlijk niet denkbaar.

Ik heb nog jarenlang geschreven met drie scholieren uit die klas; een meisje, Karsta Thomas, en twee jongens, Andreas Szozes en Ronnie (zijn achternaam weet ik niet meer). Omdat Ronnie zich bij het schrijven van die brieven niet aan de voorgeschreven regels hield in zijn brieven, stopte het briefcontact met hem vrij abrupt. Later hoorde ik dat hij was opgepakt en gevangen genomen was. Ik wist zelf ook dat zowel mijn als zijn brieven werden opengemaakt, je kon dat af en toe best zien. Bovendien moest je zo enorm uitkijken met wat je schreef! Ook met Karsta was het schrijven na een aantal jaren ineens afgelopen, omdat zij of ik kennelijk iets geschreven hadden waardoor men gewoon die brieven niet meer doorliet.

Met Andreas heb ik uiteindelijk wel 10 jaar lang geschreven. Andreas Szozes was het ‘braafste’ en zat bij de FDJ, de Freie Deutsche Jugend. Soms was het best moeilijk om hem daarover te horen vertellen. Meestal schreven we over familiezaken, dat was het veiligste. Toen hij in dienst ging, nam zijn vrouw het schrijven een hele tijd gewoon over. Na het plotseling overlijden van zijn enige dochter tijdens een verkeersongeluk, kort voor de val van de Berlijnse Muur, stopte hij met schrijven. Andreas heeft me nog jarenlang op kerstavond gebeld om even te praten. Heel apart. Ik verhuisde later door een scheiding, en ik heb hem nooit meer terug kunnen vinden.

Helaas heb ik niet veel oude foto’s meer, en wat ik terugvond is van slechte kwaliteit. Bij een brand op de zolder van het koophuis waar ik in 1997 met mijn toenmalige man en drie kinderen woonde, ben ik heel erg veel foto’s kwijtgeraakt. Ook alle brieven en de adressen van Karsta, Andreas en Ronnie zijn daarbij verloren gegaan. Ik heb later nog geprobeerd om Andreas en Karsta via internet op te zoeken, maar ik kon ze helaas niet vinden. Al met al was het contact toch erg bijzonder. Het is alweer veertig jaar geleden dat we in de DDR waren, en als het niet zo lang geleden was, had ik vast nog veel meer dingen kunnen vertellen. Wat ik nog wel vandaag de dag heb, is dat door die reis van toen ik nog altijd de Oost-Duitse accenten van Duitssprekenden herken, grappig is dat. Ooit wil ik nog wel eens naar het ‘nieuwe’ Berlijn, ik ben benieuwd wat voor stad het nu geworden is.

Tekst en foto’s: Astrid Kompier.

Laat een reactie achter