Insidertips vanuit Berlijn

Gropiusstadt – een sociaal experiment van beton

,
3
Home » Gropiusstadt – een sociaal experiment van beton

Diep in het zuid-oosten van Berlijn ligt een bijzondere woonwijk met een heel verhaal. Gropiusstadt is een grote sociale woonwijk die in de jaren ’60 in het voormalige West-Berlijn uit de grond gestampt werd. Een groot sociaal project dat in de eerste jaren geweldig uitpakte maar in de jaren ’70 al snel afgleed tot achterstandsbuurt. Na de publicatie van het boek ‘Wir Kinder vom Bahnhof Zoo’, kreeg de wijk helemaal een slechte reputatie. Inmiddels zijn we jaren verder maar staat Gropiusstadt nog steeds bekend als ‘the dodgy end’ van Berlijn. Na al die tijd, klopt dat wel? Mijn nieuwsgierigheid was gewekt, tijd om er te gaan kijken!

Aan het eind van de lange U-bahnlijn U7 ligt Gropiusstadt, een van Berlijns naoorlogse nieuwbouwwijken uit de jaren ’60 en ’70, gebouwd uit woningnood en in het kader van de wederopbouw van Berlijn. De wijk had in de jaren 80 een intens slechte reputatie, met veel criminaliteit, drugs en andere sociale problemen. En zelfs vandaag de dag nog hangt er een negatieve sfeer rondom Gropiusstadt. Afschudden blijkt moeilijker dan gedacht.

Nieuwsgierig naar deze woonwijk am Arsch der Welt, besloot ik niet alleen veel te lezen maar ook de U7 naar het zuid-oosten te nemen en de wijk zelf te gaan verkennen. Op moment dat ik met de metro de ring bij S+U Neukölln passeer, kom ik op – voor mij – onbekend terrein. Ik word meteen enthousiast: een ontdekkingstocht in eigen stad, gaaf! Maar ook ietwat nerveus. Want wat kan ik verwachten bij een bezoek aan Gropiusstadt? Nog immer rondhangende junkies? Straatjeugd die verveeld op bankjes zit? Ook ik had de vele verhalen gehoord over criminaliteit, problemen met veiligheid en achterstand in de wijk. Zou ik continue over m’n schouder moeten kijken of zou het meevallen?

Het was begin jaren ’50 dat de eerste vergaderingen voor het creëren van een ‘Großwohnsiedlung‘ ten zuiden van Neukölln plaats vonden. Als onderdeel van de nieuwe start en wederopbouw na de verwoestende Tweede Wereldoorlog, kwam er een groot woonproject, om de mensen weer ‘licht, ruimte en zon’ te bieden. Als locatie werd gekozen voor een braakliggende akker aan de zuidelijke stadsgrens van Berlijn.  In mei 1958 begonnen de eerste grondaankopen voor de ‘Großwohnsiedlung Berlin-Britz-Rudow (afgekort BBR), zoals het plan oorspronkelijk heette en in 1962 werd het project de verantwoordelijkheid van de bekende Bauhausarchitect Walter Gropius, die de planning en ontwikkeling leidde.

Gropius had een sterke visie over nieuwbouwwijken en geloofde dat mensen van goede architectuur gelukkiger werden. In zijn plan voor Berlijn wilde hij verschillende elementen van het traditionele stadsleven combineren met de moderne methodes voor urbane planning in de jaren ’60. Naar aanleiding van een eerder succesvol woonplan in hoefijzervorm (de Hufeisensiedlung van Taut en Wagner) werd ook voor het ontwerp van Gropius voor de BBR veel gebruik gemaakt van ronde en vriendelijke vormen, kleinere en overzichtelijke wijken met mooie, vrolijke en diverse soorten woningen. Gebouwen niet hoger dan vijf verdiepingen, om licht en zon door te kunnen laten. Een centraal winkelcentrum met gezellige pleinen en een goede verbinding met het openbaar vervoer, zou de levendigheid moeten vergroten en gelden als ‘ontmoetingsplaats’ voor alle bewoners. Automatisch zou daar – volgens Gropius’ idee – een hechte gemeenschap uit ontstaan, die zichzelf onderhield. Ook werden grote groenstroken en parken tussen de woningen in gepland, als aankleding en ter ontspanning van de omwonenden. Een bijzonder ambitieus plan vol optimisme, passend bij het West-Berlijn van de jaren ’50.

Als ik uit de U-bahnhof Zwickauer Damm kom, sta ik voor m’n gevoel letterlijk aan het eind van de wereld. Voor mij doemt een gigantisch flatgebouw op, achter mij staan nog een paar kleine huisjes aan het randje van Berlijn. “Willkommen in Gropiusstadt!” tetteren een paar bordjes. Ouderwetse mozaiektegeltjes lijken dof en stoffig en stralen vooral vergane glorie uit. De zon schijnt, het is prachtig herfstweer en de wijk lijkt helemaal niet zo grauw en grijs als ik me heb voorgesteld. Samen met twee goede vrienden zijn we op ontdekkingstocht en zetten we de grote flat op de foto. Na een paar plaatjes raken we aan de praat met de beheerder van de flat, die voor de glazen toegangsdeuren bladeren op een hoop staat te vegen. Ik vraag hem of dit de hoogste flat van Gropiusstadt is. “Nee, maar wel een-na hoogste” zegt de man, op z’n Berlijns-norsig maar niet zonder trots. Brutaal, bijna grappend vraag ik of we misschien naar binnen mogen, om de lift naar de hoogste verdieping te nemen. Om foto’s van het uitzicht te maken, de zon schijnt immers zo mooi. Tot onze grote verrassing haalt hij een gigantische bos sleutels uit zijn broekzak en wenkt hij ons mee te komen. “Na denn…”

Het optimistische plan van Gropius viel echter volledig in het water, nadat in de nacht van 13 augustus 1961 ineens de Berlijnse Muur was neergezet. De muur liep exact langs het grondgebied waar de toekomstige BBR-wijk zou komen en elke vorm van toekomstige uitbreiding was direct uitgesloten. Gropius moest het dus doen met het grondoppervlak dat wél beschikbaar was en omdat hoogbouw niet echt zijn stokpaardje was, bemoeiden andere stadsplanners zich uitgebreid met de toekomstige wijk, tot grote ergernis van Gropius. Meer woningen voor minder geld moesten er komen. Minder kleur, minder diversiteit, minder groen. En als er dan door de Berlijnse muur niet meer in de breedte gegroeid kon worden, nou, dan moest het maar de hoogte in. Flats zouden er komen, heel veel flats. Het irriteerde Gropius enorm.

Op 7 november 1962 legde de toenmalige burgermeester van West-Berlijn, Willy Brandt, – in bijzijn van Walter Gropius zelf – de eerste steen voor het eerste gebouw van Gropiusstadt. De bebouwing werd compleet in samenwerking met de sociale wooncoorperaties gedaan, er kwam geen enkele prive-investeerder bij kijken, een prestige-project voor de stad. In 1975 was de gigantische nieuwe woonwijk klaar. Er waren in totaal 18.500 woningen gebouwd, aangesloten op openbaar vervoer en met nieuwe scholen, winkelcentra en allerlei andere voorzieningen. Het project kostte de stad in totaal ruim 1,74 miljard mark.
De lift zoeft naar boven, een beetje zenuwachtig kijken mijn vriendin en ik elkaar aan. Spannend! Op de bovenste verdieping gaan de deuren open en willen we uitstappen, als de beheerder ons tegenhoudt. “Even wachten.”
Hij draait een sleutel om, de deuren sluiten en we gaan weer omhoog. Twee etages later openen de deuren zich en staan we op de allerhoogste etage van het flatgebouw. “Zelfs de bewoners kunnen hier niet komen” zegt de beheerder. Ik stamel bedankjes terwijl ik de lens van mijn camera op de gebouwen in de verte richt. Ik weet niet waar ik moet kijken en ben onder de indruk van alles wat ik zie. De talloze flats van de grote Gropiusstadt en aan de overkant van de Zwickauer Damm het immense bos van Brandenburg, dat wijds en groen voor zich uitstrekt. Ik loop over het dakterras naar de andere kant en kijk richting het noord-westen, waar ik de toren van Tempelhof zie en zelfs een glinsterende Fermsehturm kan ontwaren. Wat een fantastisch uitzicht. Ineens lijkt Gropiusstadt een stuk aantrekkelijker.
De bouw van Gropiusstadt kan niet los worden gezien van het gigantische afbreekfestijn dat na de oorlog in West-Berlijn plaatsvond. Werkelijk alles wat beschadigd was tijdens bombardementen en de slag om Berlijn werd gesloopt en her en der een beetje extra. Echt opvang voor de mensen die zo hun huis verloren was er niet. Logisch dus dat de behoefte aan een gloednieuwe en grote woonwijk als Gropiusstadt enorm was. Maar tegelijkertijd werd er ook besloten dat de verdeling van deze nieuwe woningen via de wooncorporaties moest gaan en ze alleen voor mensen met lagere inkomens en/of opleiding waren bestemd. Een kollosale fout, zo zou later blijken.
In de eerste jaren was Gropiusstadt een prachtige en aantrekkelijke wijk. Alles was nieuw en het straalde een hoge levensstandaard uit, die in het – door de oorlog verwoeste en door de Muur gesplijte – centrum van Berlijn niet te vinden was. Maar ruim 90% van de woningen in Gropiusstadt waren sociale huurwoningen en dus bedoeld voor de mensen die alleen de meest minimale huren konden betalen. De hoge concentratie van eenzelfde groep mensen zorgde al snel voor problemen. De hele vooraf door Gropius en Le Corbusier uitbedachte – en sterk geïdeologiseerde – stadsplanning uit de jaren ’50 en ’60 viel volledig in het water en bracht immense problemen met zich mee. De nog nauwelijks begroeide parken en groene delen bleven leeg, de donkere hoeken en trappenhuizen waren gewoonweg onveilig en de bewoners trokken zich in hun appartementen terug. Zo kwam er – ondanks de vele sociale voorzieningen – nauwelijks een sociaal leven op gang.
Bovendien kwamen de meeste bewoners uit de dichtbevolkte binnenstad, waar sanitair geen standaard was maar iedereen z’n buren kende en de voordeuren bij wijze van spreken open stonden. Deze mensen kregen door het vele wijdse groen heimwee naar hun oude stek en verlangden naar het typische stadsgevoel dat ze kenden en voor hen vertrouwd was. Het gebrek aan Kiezgefühl en de relatief hoge woondichtheid (en dunne muren) leidden al snel tot veel problemen tussen mensen onderling. Veel mensen verhuisden naar elders, de nieuwe bewoners bleven ook niet lang en zo nam de leegstand snel toe. Het project Gropiusstadt leek mislukt. En Gropius? Die maakte dat zelf al niet meer mee. Hij overleed in 1969 en in 1972 werd besloten om de wijk om te dopen naar”Gropiusstadt”. Vernoemd naar de geestelijk vader die dat nooit had gewild en de wijk zo anders had bedacht dan hoe ze uiteindelijk werd.
Eenmaal terug beneden vraag ik de beheerder van de flat naar de sfeer in de wijk. Is die nog steeds zo slecht als destijds? “Kijk om je heen.” En hij wijst naar de wit met rode flat en de omgeving. Alles is opgeknapt, opnieuw geschilderd en pijnlijk netjes aangeharkt. “De mensen wonen hier goed, de woningen zijn gewild. Maar toch springen zeker twee mensen per jaar van deze flat af, van de hoogste flat verderop in de wijk (Fritz Erler Allee 120, red.) nog wel meer.” Hij wijst naar een stalen constructie boven de ingang van de flat en begint een onsmakelijk verhaal over hoe de laatste vrouw die sprong de deuk in de veiligheidsstellage had veroorzaakt. Mij zet het aan het denken. De wijk ziet er enorm opgeknapt en netjes uit maar de troosteloosheid is daarmee niet verdwenen. Het is treurig netjes en ongezellig tegelijk en ik begin te begrijpen hoe snel je hier in een sociaal isolement terecht kunt komen. De rillingen lopen over m’n rug.
Een minstens zo triest verhaal uit Gropiusstadt ging in de jaren ’80 de hele wereld over. Het beroemde boek ‘Wir kinder vom Bahnhof Zoo‘ van twee Duitse journalisten van STERN, vertelt over de heroineverslaafde Christiane Felscherinow, die opgroeide in Gropiusstadt in de jaren ’70. Ze beschrijft de totale verveling en lamlendigheid onder jongeren van haar leeftijd. Hoe ze op straat rondhangen, hoe hoorbaar de ellende bij de buren in haar flat is en ze vertelt over de hang naar allerlei soorten drugs van aar leeftijdsgenoten en de beruchte avonden in het evangelisch centrum in Gropiusstadt, waar ze op jongerenavonden samen komen. Voor de wijk heeft ze dan ook geen goed woord over. “Überall Pisse und Kacke.” De rest van het verhaal is bekend: F. glijdt af tot heroineverslaafde op 13-jarige leeftijd en tippelt bij Bahnhof Zoo om haar verslaving te kunnen betalen.
Het boek slaat in het overwegend keurige Duitsland in als een bom en ook de daaropvolgende verfilming van haar verhaal – met een optreden van David Bowie – baart veel opzien. Gropiusstadt krijgt niet alleen in Berlijn maar ook nationaal en zelfs internationaal het stempel van “achterstandsbuurt en drugswijk” opgeplakt en komt daar niet meer vanaf.
In 1986 wordt daarom besloten om de woonwijk grootschalig te verbeteren. Het openbare groen wordt naar Gropius’ oorspronkelijke plan aantrekkelijker gemaakt, de pleinen worden gezelliger aangekleed en er wordt meer gedaan voor jongeren, zoals clubs en wijkcentra. Dan valt in 1989 de muur en dat verandert letterlijk alles voor de wijk. Van een ingesloten en ommuurde omgeving, is er ineens ruimte en vrijheid. De subsidies voor de wijk vallen weg maar de vraag naar woningen in West-Berlijn daalt ook, nu de West-Berlijners weer overal in en om Berlijn kunnen wonen. In Gropiusstadt komen veel Oost-Europesen terecht, wat de diversiteit verhoogt. In 2001 wordt de sociale woningbouw-status voor de wijk afgeschaft, waardoor Gropiusstadt ineens voor een grote groep mensen een stuk aantrekkelijker wordt. De leegstand daalt, de levendigheid neemt toe en Gropiusstadt bloeit eindelijk op.
We wandelen over de groenstrook waar de U-bahn onderdoor loopt, richting het grote ‘centrum’ van Gropiusstadt. De Gropius-passagen aan de Wutzkyallee, een van de grootste winkelcentra van Duitsland. Onderweg proeven we de sfeer en valt ons vooral de enorme leegte op. Mensen haasten zich naar huis en lijken geen zin te hebben om nog een kletspraatje te maken. Maar de bomen zijn door de herfst bont gekleurd en als we verderop in een parkje komen, zijn er ouders met kleine kinderen aan het wandelen en spelen. De wijk is ongezellig en vredig tegelijk.
Zo langzamerhand weet ik niet meer precies wat ik van Gropiusstadt moet denken maar ik vind het allemaal mateloos fascinerend. Het blijft me verbazen hoe een oorspronkelijk plan van een kleine groep mensen op een tekentafel, zo’n grote invloed heeft op de mensen die in zo’n woonwijk terecht komen, tot zelfs in de vele generaties erna. Ik begrijp wel waarom mensen destijds in Gropiusstadt wilden wonen. Het was allemaal gloednieuw, strak, netjes en schoon en elke woning had gloednieuw sanitair, een zeldzaamheid vlak na de oorlog.
Maar ik begrijp ook de verveling van de jongeren in de jaren ’70, die alleen op gezette tijden in de speeltuintjes mochten zijn, niet over gras mochten lopen of ook maar praten op de galerijen van de flats. Logisch, dat zo’n deprimerende en homogene omgeving leidt tot verval en criminaliteit. Toch is het dan ook mooi om te zien hoe Gropiusstadt, inmiddels een wijk van bijna 55 jaar oud, haar best doet om op te krabbelen, goed voor de dag te komen en aantrekkelijk te zijn voor diversere mensen en jonge gezinnen. Er wordt opgeknapt, geschilderd, buurtverenigt dat het een lieve lust is en de criminaliteitscijfers liggen sinds een aantal lager jaren dan in het naburige Neukölln, dat juist onder jonge hipsters zo ontzettend populair is. Ondanks alles is er nog hoop voor Gropiusstadt.
Gropiusstadt
– Gebouwd tussen 1962 en 1972.
– Bevat 18.500 woningen, sinds 2014 worden hier nieuwe woningen aan toegevoegd.
OV: Bereikbaar via lijn U7: Lipschitzallee, Wutzkyallee en Zwickauer Damm.
Tip: Van mei tot oktober is elke woensdag tot zondag (17:00 tot 00:00 uur) de DeWeGo Skylounge met bar geopend in één van de hoge flats van Gropiusstadt.  Adres: Joachim-Gottschalk-Weg 1, U7 Wutzkyallee, bij de Gropius Passagen.

3 Comments

  • olive schreef:

    mooi uitgelegd. fascinerend. gelukkig is het inderdaad zo dat op en gegeven moment zo’n soort wijk weer opleeft en mensen er weer willen wonen.
    in de amsterdamse bijlmer gebeurt dat momenteel ook las ik laatst.

  • ingrid schreef:

    Hi Emma, dank je voor deze rapportage, interessant die urban failures. Lang leven de Altbau nietwaar? omdat ik weet dat je ook Italie fan bent, nog t volgende: ik was dit jaar een paar dagen in Napels en op nr 1. ramp betonstad staat wel Scampia in Napels, ik was wel in Napels echter niet in die wijk (zeer criminele maffia wijk) maar ik heb er veel over gelezen. Over Berlijn gesproken: ik geniet altijd zo enorm van de Altbau, die grauwe Plattenbau zooi ook zo deprimerend he, Gropiusstadt, stedelijke missers, top om over te lezen, maar gelukkig hoeven we er niet te wonen. Nogmaals complimenten voor je rapportage !

    groetjes
    Ingrid

  • Ze hebben er wel een fijn zwembad! Kruising Lipschitzallee, Fritz-Erler-Allee. Ruim, licht en rustig. :)

Laat een reactie achter